𝗚𝗲𝗹𝗼𝗼𝗳𝗱 𝘇𝗶𝗷 𝗚𝗼𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗱𝗶𝗲𝗽𝘀𝘁 𝗼𝗻𝘁𝘇𝗮𝗴! Psalm 68 Een vaste Burcht is onze God een Toevlucht Jan Zwart
Автор: 💗 Geestelijke Apotheek † Preken en Muziek 💗
Загружено: 2026-01-10
Просмотров: 78
Описание:
𝗚𝗲𝗹𝗼𝗼𝗳𝗱 𝘇𝗶𝗷 𝗚𝗼𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗱𝗶𝗲𝗽𝘀𝘁 𝗼𝗻𝘁𝘇𝗮𝗴!
Psalm 68 Orgel.
Een psalm voor elke dag.
Maar 't vrome volk, in U verheugd,
Zal huppelen van zielevreugd,
Daar zij hun wens verkrijgen;
Hun blijdschap zal dan, onbepaald,
Door 't licht, dat van Zijn aanzicht straalt,
Ten hoogsten toppunt stijgen.
Heft Gode blijde psalmen aan;
Verhoogt, verhoogt voor Hem de baan;
Laat al wat leeft Hem eren;
Bereidt den weg, in Hem verblijd,
Die door de vlakke velden rijdt;
Zijn naam is HEERE der heren.
vers 10
𝗚𝗲𝗹𝗼𝗼𝗳𝗱 𝘇𝗶𝗷 𝗚𝗼𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗱𝗶𝗲𝗽𝘀𝘁 𝗼𝗻𝘁𝘇𝗮𝗴!
𝗛𝗶𝗷 𝗼𝘃𝗲𝗿𝗹𝗮𝗮𝗱𝘁 𝗼𝗻𝘀, 𝗱𝗮𝗴 𝗮𝗮𝗻 𝗱𝗮𝗴,
𝗠𝗲𝘁 𝗭𝗶𝗷𝗻𝗲 𝗴𝘂𝗻𝘀𝘁𝗯𝗲𝘄𝗶𝗷𝘇𝗲𝗻.
𝗗𝗶𝗲 𝗚𝗼𝗱 𝗶𝘀 𝗼𝗻𝘇𝗲 𝘇𝗮𝗹𝗶𝗴𝗵𝗲𝗶𝗱;
𝗪𝗶𝗲 𝘇𝗼𝘂 𝗱𝗶𝗲 𝗵𝗼𝗼𝗴𝘀𝘁𝗲 𝗠𝗮𝗷𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝘁
𝗗𝗮𝗻 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗺𝗲𝘁 𝗲𝗲𝗿𝗯𝗶𝗲𝗱 𝗽𝗿𝗶𝗷𝘇𝗲𝗻?
𝗗𝗶𝗲 𝗚𝗼𝗱 𝗶𝘀 𝗼𝗻𝘀 𝗲𝗲𝗻 𝗚𝗼𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝗲𝗶𝗹;
𝗛𝗶𝗷 𝘀𝗰𝗵𝗲𝗻𝗸𝘁, 𝘂𝗶𝘁 𝗴𝗼𝗲𝗱𝗵𝗲𝗶𝗱, 𝘇𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗽𝗲𝗶𝗹,
𝗢𝗻𝘀 '𝘁 𝗲𝗲𝘂𝘄𝗶𝗴, 𝘇𝗮𝗹𝗶𝗴 𝗹𝗲𝘃𝗲𝗻;
𝗛𝗶𝗷 𝗸𝗮𝗻, 𝗲𝗻 𝘄𝗶𝗹, 𝗲𝗻 𝘇𝗮𝗹 𝗶𝗻 𝗻𝗼𝗼𝗱,
𝗭𝗲𝗹𝗳𝘀 𝗯𝗶𝗷 𝗵𝗲𝘁 𝗻𝗮𝗮𝗱'𝗿𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲𝗻 𝗱𝗼𝗼𝗱,
𝗩𝗼𝗹𝗸𝗼𝗺𝗲𝗻 𝘂𝗶𝘁𝗸𝗼𝗺𝘀𝘁 𝗴𝗲𝘃𝗲𝗻
3
Springt op van vreugd, verheft Zijn lof,
Die, daar Hij woont in 't hemelhof,
Een Vader is der wezen;
Die weduwen haar recht verschaft,
Die streng haar onderdrukkers straft,
En voor Zijn wraak doet vrezen;
Een God, die zet uit mensenmin,
D' onvruchtb'ren in een huisgezin;
En, om Zijn macht te tonen,
Gevang'nen uit de boeien redt;
Maar die verlaters van Zijn wet
Doet in het dorre wonen.
4
O God, toen Gij, met majesteit,
Uw Israël hebt uitgeleid,
En op Uw heil doen hopen;
Toen Gij langs Parans woesten grond
Hun voortoogt, schokte d' aard' in 't rond,
De hoge heem'len dropen;
De bergen rezen zelfs omhoog;
Men zag dit Sinaï voor 't oog,
Van Isrels Koning beven.
Een milden regen zondt G', o HEERE,
Op Uw bezwijkend' erf'nis neer,
Om sterkt' aan haar te geven.
5
Uw hoop, Uw kudde woonde daar;
Uit vrije goedheid waart Gij haar,
Een vriendelijk beschermer;
En hebt ellendigen dat land
Bereid door Uwe sterke hand,
O Israëls Ontfermer!
De HEERE gaf rijke juichensstof,
Om Zijne wond'ren en Zijn lof,
Met hart en mond, te melden;
Men zag welhaast een grote schaar,
Met klanken van de blijdste maar,
Vervullen berg en velden.
6
De koningen, hoe zeer geducht,
Zijn met hun heiren weggevlucht;
Zij vloden voor Uw ogen;
De buit van 't overwonnen land
Viel zelfs den vrouwen in de hand,
Schoon niet mee uitgetogen.
Al laagt g', o Israël, als weleer,
Gebukt bij tichelstenen neer,
Toen gij uw juk moest dragen,
En zwart waart door uw dienstbaarheid,
U is een beter lot bereid:
Uw heilzon is aan 't dagen.
7
Gelijk een duif, door 't zilverwit,
En 't goud, dat op haar veed'ren zit,
Bij 't licht der zonnestralen
Ver boven and're voog'len pronkt,
Zult gij, door 't Godd'lijk oog belonkt,
Weer met uw schoonheid pralen.
Wanneer Gods onweerstaanb're hand
De vorsten uit het ganse land
Verstrooid had en verdreven,
Ontving zijn erfdeel eed'ler schoon,
Dan sneeuw, hoe wit zij zich vertoon',
Aan Salmon ooit kon geven.
9
Gods wagens, boven 't luchtig zwerk,
Zijn tien- en tienmaal duizend sterk,
Verdubbeld in getalen.
Bij hen is Zijne Majesteit,
Een Sinaï in heiligheid,
Omringd van bliksemstralen.
Gij voert ten hemel op, vol eer;
De kerker werd Uw buit, o HEERE!
Gij zaagt Uw strijd bekronen
Met gaven, tot der mensen troost,
Opdat zelfs 't wederhorig kroost
Altijd bij U zou wonen.
"Dan moogt g' in zegepraal uw voet,
Ja, uwer honden tong, in 't bloed
Van elken vijand steken."
O grote God, geduchte HEERE!
Uw gangen, zo vol roem en eer,
Zijn aan Uw volk gebleken;
De gangen van mijn God en Vorst,
Wien, schoon Hij 's werelds rijkskroon torst,
Deez' woningen behaagden.
De zangrei trad den speelrei voor,
In 't midden ging het vrolijk koor
Der trommelende maagden.
Looft God in Zijn gemeent' alom,
Den HEERE, gij, die in 't heiligdom,
Als Isrels kroost, moogt naad'ren,
Hoe vrolijk gaan de stammen op
Naar Sions godgewijden top,
Met Isrels achtb're vaad'ren!
De vorsten van elks huisgezin,
Zij trekken aan: hier Benjamin;
Schoon klein, hij mocht regeren;
Daar Juda's stam, die glorie won;
Ginds Nafthali en Zebulon,
Om God, hun Koning, t' eren.
Uw God, o Israël, heeft de kracht
Door Zijn bevel u toegebracht.
O God, schraag dat vermogen;
Versterk, hetgeen Gij hebt gewrocht,
En laat Uw hulp, door ons verzocht,
Uw volk voortaan verhogen.
Dan passen, Uwen naam ter eer,
Om Uwes tempels wil, o HEERE,
De vorsten op Uw wenken;
Zij zullen U van allen kant;
Zelfs uit het allerverste land,
Vereren met geschenken
Gij koninkrijken, zingt Gods lof;
Heft psalmen op naar 't hemelhof
Van ouds Zijn troon en woning
Waar Hij, bekleed met eer en macht
Zijn sterke stem verheft met kracht
En heerst als Sions Koning
Geeft sterkt' aan onzen God en HEERE
Hij heeft in Israël Zijn eer
En hoogheid willen tonen.
Erkent dien God; Hij is geducht
Hij doet Zijn sterkte boven lucht
En boven wolken wonen
𝑬𝒆𝒏 𝒑𝒓𝒂𝒄𝒉𝒕𝒊𝒈𝒆 𝒌𝒍𝒂𝒔𝒔𝒊𝒆𝒌𝒆 𝒃𝒆𝒘𝒆𝒓𝒌𝒊𝒏𝒈
𝒗𝒂𝒏 𝑲𝒍𝒂𝒂𝒔 𝑱𝒂𝒏 𝑴𝒖𝒍𝒅𝒆𝒓.
*𝑶𝒑 𝒆𝒆𝒏 𝒈𝒓𝒐𝒐𝒕 𝑲𝒆𝒓𝒌𝒐𝒓𝒈𝒆𝒍 𝒛𝒂𝒍 𝒅𝒆𝒛𝒆 𝒗𝒂𝒔𝒕 𝒎𝒐𝒐𝒊𝒆𝒓 𝒌𝒍𝒊𝒏𝒌𝒆𝒏. 𝑴𝒂𝒂𝒓 𝒊𝒌 𝒉𝒐𝒖𝒅 𝒗𝒂𝒏 𝒖𝒊𝒕𝒅𝒂𝒈𝒊𝒏𝒈𝒆𝒏 𝒆𝒏 𝒗𝒂𝒏𝒅𝒂𝒂𝒓 𝒐𝒑 𝒉𝒆𝒕 𝒆𝒍𝒆𝒌𝒕𝒓𝒐𝒏𝒊𝒔𝒄𝒉𝒆 𝒐𝒓𝒈𝒆𝒍.
Повторяем попытку...
Доступные форматы для скачивания:
Скачать видео
-
Информация по загрузке: